Pringier & Partners    Accountant & Belastingconsulent    Brugge

Welkom Activiteiten Ligging Links Fiscale cijfers Nuttig om weten Business Package Vacatures Online boekhouden Actualiteit 2011-2012 (di rupo) Actualiteit 2009-2010 Actualiteit 2007-2008

CONTACTINFORMATIE

 

Ons adres:

 

Veldmaarschalk Fochstraat 1

(hoek Kon. Elisabethlaan)

 

8000     Brugge

 

Telefoon:   050 33 11 57

Fax:           050 34 21 12

 

E-mail: info@accountant-pringier.be

© 2007-2012  IP

 

 

 

Fiscale actualiteit kort samengevat

OVERZICHT

 

VAT Package 01.01.2010

Groene lening

Wetsontwerp 25.11.2009 - nieuwe fiscale maatregelen

 

 

Wetsontwerp 25.11.2009 - nieuwe fiscale maatregelen

 

- verhoging voordeel alle aard elektriciteit en verwarming voor de bedrijfsleider

 

- verhoging kostprijs terbeschikking bedrijfswagen

 

- verregaande beperking notionele intrestaftrek

 

- voordeel alle aard gsm : 12.50 euro per maand tenzij duidelijk onderscheid

 

- de forfaitaire beroepskosten van bedrijfsleiders zullen teruggebracht worden van 5% tot 3%, met een maximum van 1 550,50 euro per jaar (doel van de maatregel: dubbel gebruik van de beroepskosten tussen bedrijfsleider en hun vennootschappen vermijden).

=> verhoging van de fiscale druk op de inkomsten uit arbeid van bedrijfsleiders.

 

- belastingvermindering van 30% op de aankoopprijs van een elektrische wagen met een maximum van 6 500 euro Deze maatregel is meer ecopropaganda dan een reële fiscale maatregel: er bestaan immers nog geen snelle herlaadstations voor die volledig elektrische voertuigen. Bovendien zullen er nauwelijks van die wagens rondrijden,.

 

- kosten voor brandstof zullen ook onder de beperking van 75% vallen, net als de overige autokosten (doel van de maatregel: andere en meer ecologisch verantwoorde transportmiddelen promoten).

 

- energiebesparende uitgaven in nieuwe woningen worden voortaan beperkt. Zo komen zonnepanelen en aardverwarming in woningen van minder dan 5 jaar niet meer in aanmerking

 

- op het gebied van de vennootschapsbelastingen wordt de schijf voor belastingaftrek van 120% (elektrische wagens) beperkt tot 50% voor minder vervuilende wagens

 

- om de gevolgen van het arrest Cobelfret van het EHvJ te beperken zal het minimumbedrag om te genieten van de DBI-regeling van 1 200 000 euro worden opgetrokken tot 2 500 000 euro;

 

 

top

 

Wat is een "groene lening" ?

Een groene lening is een lening die uitsluitend dient voor het financieren van welbepaalde energiebesparende uitgaven.

 

Een dergelijke lening kan onder bepaalde voorwaarden recht geven op de volgende voordelen die door de Staat worden verleend:

 

De groene lening is een tijdelijke maatregel die deel uitmaakt van de economische herstelwet van 27 maart 2009. De maatregel is enkel van toepassing op de vanaf 1 januari 2009 tot 31 december 2011 gesloten leningovereenkomsten. De toepassingsvoorwaarden voor de interestbonificatie zijn bepaald bij koninklijk besluit van 12 juli 2009, gepubliceerd in de tweede editie van het Belgisch Staatsblad van 31 juli 2009. Dat koninklijk besluit bevat een overgangsregeling voor de tussen 1 januari 2009 en 31 juli 2009 gesloten leningovereenkomsten.

 

Waarvoor moet een lening dienen om recht te hebben op de voordelen van een groene lening of welke energiebesparende uitgaven kunnen het voorwerp uitmaken van de leningovereenkomst ?

De lening moet uitsluitend dienen voor het financieren van de volgende energiebesparende uitgaven :

 

Een lening die naast de bovenvermelde uitgaven nog andere uitgaven financiert (zoals bijvoorbeeld het plaatsen van badkamermeubilair, een keuken enz.) geeft geen recht (ook niet gedeeltelijk) op de voordelen van een groene lening.

 

Moet de groene lening gewaarborgd zijn door een hypothecaire inschrijving ?

Neen, zolang ze voldoet aan de wettelijke en reglementaire voorwaarden.

 

Moeten de werken worden uitgevoerd door een geregistreerde aannemer ?

Ja.

Op de factuur of op haar bijlage moet onder meer de volgende vermelding staan :

"Verklaring met toepassing van artikel 6311 van het KB/WIB 92 betreffende de uitgevoerde werken die zijn bedoeld in artikel 14524, §1 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992"

De geregistreerde aannemer moet bovendien per soort energiebesparende maatregelen een aantal gegevens bevestigen (zie bijlage II bis van het KB/WIB 92).

Om te weten of een aannemer al dan niet geregistreerd is, kunt u bellen naar het Contactcenter van de FOD Financiën op het nummer 0257/257 57 (8 tot 17 uur).

 

Moet de kredietnemer eigenaar zijn van de woning waarin de energiebesparende uitgaven werden uitgevoerd ?

Om recht te hebben op de voordelen van de groene lening moeten de energiebesparende uitgaven zijn uitgevoerd in een woning waarvan de kredietnemer eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder, vruchtgebruiker of huurder is.

 

Hoeveel kan ik lenen ?

Het ontleende bedrag moet minstens 1 250 euro bedragen, maar is begrensd tot 15 000 euro. Deze bedragen gelden per kalenderjaar, per woning en per kredietnemer.

Voorbeeld

Twee natuurlijke personen, beiden eigenaar van éénzelfde woning, kunnen in het jaar 2009 samen één lening van maximum 30 000 euro of afzonderlijk twee leningen van maximum 15 000 euro per lening sluiten die de energiebesparende uitgaven van hun woning financieren.

 

Wanneer moet ik de interestbonificatie aanvragen ?

Voor de leningovereenkomsten afgesloten vanaf 1 augustus 2009 : de kredietnemer moet ten laatste op het ogenblik dat hij de leningovereenkomst voor energiebesparende uitgaven ondertekent via zijn kredietgever de toekenning van de interestbonificatie vragen.

Voor de leningovereenkomsten afgesloten vanaf 1 januari tot 31 juli 2009 : de kredietnemer moet ten laatste op 31/10/09, verlengd tot 2/11/09, aan de kredietgever de toekenning van de intrestbonificatie vragen.

 

Hoe wordt de intrestbonificatie verleend ?

De intrestbonificatie wordt onmiddellijk in mindering gebracht door de kredietgever bij de berekening van de aflossingen. De kredietgever wordt hiervoor door de Staat vergoed.

 

Hoe wordt de belastingvermindering op de betaalde interesten verleend ?

U vraagt de belastingvermindering aan door in uw belastingaangifte de passende codes in te vullen. De kredietgever zal u de nodige attesten bezorgen om aanspraak te kunnen maken op de belastingvermindering. Deze attesten moet u gedurende 7 jaar ter beschikking houden van de belastingadministratie.

 

Hoeveel bedraagt de vermindering ?

De belastingvermindering bedraagt 40 % van de intresten die u tijdens het belastbaar tijdperk werkelijk heeft betaald, na aftrek van de tussenkomst door de Staat.

De belastingvermindering is niet van toepassing op de interesten :

 

De belastingvermindering voor interesten kan worden verleend bovenop de belastingvermindering voor energiebesparende uitgaven of/en de belastingvermindering voor passiefhuizen en is niet onderworpen aan een maximumbedrag. Het gaat hier dus om een afzonderlijke maatregel.

Voorbeeld

Een natuurlijk persoon betaalt in 2009 een factuur die door een geregistreerd aannemer is opgesteld voor de plaatsing van zonnecelpanelen aan zijn woning (totaal factuurbedrag : 20 000 euro).

De natuurlijk persoon gaat in 2009 een lening van 15 000 euro aan om de voormelde factuur te financieren. De in 2009 betaalde interesten (na aftrek van de interestbonificatie) bedragen 450 euro.

De belastingplichtige kan, voor zover aan alle voorwaarden is voldaan, voor inkomstenjaar 2009 in zijn belastingaangifte aanspraak maken op

 

Kan ik een groene lening sluiten voor energiebesparende werken in een woning die deels als privéwoning en deels voor beroepsdoeleinden wordt gebruikt ?

De interestbonificatie en de belastingvermindering wordt enkel toegekend voor een lening voor energiebesparende uitgaven die bestemd zijn voor privédoeleinden. Op het moment van de ondertekening van de leningovereenkomst moet u aangeven welk gedeelte van de uitgaven bestemd is voor privédoeleinden. Enkel voor dit gedeelte kunt u een groene lening sluiten, die recht geeft op een interestkorting én een belastingvermindering voor de resterende betaalde interesten.

 

Kan ik mijn lening die ik tussen 1 januari 2009 en 31 juli 2009 heb gesloten, regulariseren ?

U kunt uw leningovereenkomst omzetten naar een groene lening indien van bij het begin duidelijk was dat het om een lening ging die uitsluitend bestemd was voor energiebesparende investeringen in uw woning en indien u de intrestbonificatie tijdig aanvraagt (zie volgende FAQ).

Bijvoorbeeld een lening die bestemd was voor de plaatsing van dakisolatie en een nieuwe keuken kan niet in aanmerking komen voor regularisatie.

 

Ik heb in februari 2009 als enige kredietnemer een lening van 24 000 euro gesloten die uitsluitend heeft gediend voor het financieren van energiebesparende uitgaven. Ik wil mijn lening graag regulariseren, zodat zij recht geeft op de voordelen van een groene lening. Kan dat nog ?

Indien u meer heeft geleend dan 15 000 euro kunt u uw lening laten opsplitsen in een groene lening met een maximumbedrag van 15 000 euro waarvoor u de specifieke voordelen van de groene lening kunt krijgen en een andere, niet-groene lening waarvoor u de specifieke voordelen voor de groene lening niet kunt krijgen.

U moet uiterlijk tegen 31 oktober 2009 via uw kredietgever de interestbonificatie vragen. Aangezien dit een zaterdag is, wordt de termijn verlengd tot de eerstvolgende werkdag, maandag 2 november 2009.

 

Meer informatie vindt u ook op http://minfin.fgov.be/portail2/nl/themes/dwelling/green.htm.

 

top

 

VAT Package - Intracommunautaire diensten en plaats van de dienst - regeling vanaf 01.01.2010

 

Vanaf 1 januari 2010 verandert fundamenteel de regeling van de plaatsbepaling voor diensten in het BTW-wetboek. Dit zal verstrekkende gevolgen hebben voor de ondernemingen die diensten verlenen over de landsgrenzen heen.

 

Inleiding

Het is belangrijk om duidelijk onderscheid te maken tussen diensten en leveringen. Een levering wordt gedefinieerd als de overdracht van de macht om als eigenaar over een goed te beschikken, terwijl diensten als alle overige prestaties (niet zijnde leveringen) worden gedefinieerd. Bij leveringen gaat het meestal om de overdracht van een tastbaar goed (bijvoorbeeld een auto), terwijl diensten meestal niet tastbaar zijn (bijv. een advies van een advocaat).

Dit artikel heeft uitsluitend betrekking op diensten; voor leveringen gelden namelijk geheel andere regels!

 

Huidige regeling

Tot en met 2009 zijn diensten belastbaar in het land waar de dienstverrichter is gevestigd. Hierbij maakt het niet uit of de dienst wordt verricht aan een andere ondernemer of aan een niet-ondernemer (bijvoorbeeld een particulier). Dit is de hoofdregel. Echter op deze hoofdregel bestaan zeer veel uitzonderingen, zoals:

 

 

Nieuwe regelgeving

In feite kent de nieuwe regeling voor het vaststellen van de plaats van dienst 2 hoofdregels:

 

 

 

Op grond van deze nieuwe regeling zijn diensten tussen BTW-ondernemers voortaan dus belast in het land waar de afnemer is gevestigd (in plaats van volgens de huidige hoofdregeling in het land waar de dienstverrichter is gevestigd). Voor diensten, die worden verricht aan niet-ondernemers, blijft de regel van toepassing, dat deze belast zijn in het land waar de dienstverrichter is gevestigd.

 

Waarom een wijziging?

De belangrijkste redenen om de huidige regeling te vervangen zijn:

 

Nieuwe hoofdregel business-to-business

Vanaf 2010 zijn dus diensten tussen BTW-ondernemers onderling belast in het land waar de afnemer is gevestigd. Met andere woorden, de regeling, die nu alleen als uitzondering geldt, wordt vanaf 2010 de nieuwe hoofdregel.

 

Concreet : op de diensten verricht door BE-belastingplichtigen aan buitenlandse belastingplichtige klanten zal (volgens de hoofdregel) geen Belgische btw meer mogen aangerekend worden.

 

De belastingplichtige afnemers gevestigd in een lidstaat van de EU, die onder toepassing van de nieuwe hoofdregel dinesten afnemen van een dienstverrichter die niet in hun lidstaat is gevestigd, dienen vanaf 01.01.2010 zelf de verschuldigde btw te voldoen via de verlegging van heffing (art 196, BTW richtlijn.  Omzetting België : nieuwe art. 51, §2 WBTW).  Dit evenwel voor zover de betreffende diensten in hun lidstaat niet zouden zijn vrijgesteld.

 

Voor zover de betreffende dienstverrichter gevestigd is in een andere EU-lidstaat dan de afnemer, is er spraken van een “intracommunautaire dienst”.

 

Uitzonderingen bij business-to-business diensten

Natuurlijk blijven er uitzonderingen. Diensten, die onder de huidige regeling belast zijn op de plaats waar ze feitelijk plaatsvinden, blijven dat onder de nieuwe regeling ook. Hieronder worden voor de volledigheid de diensten, waarvoor een uitzondering op de nieuwe hoofdregel geldt, kort toegelicht:

 

Diensten met betrekking tot onroerende zaken

Deze zijn belast in het land waar de onroerende zaak is gelegen.

 

Culturele, artistieke, … diensten

Culturele, artistieke, sportieve, wetenschappelijke, onderwijs-, vermakelijkheids- of soortgelijke activiteiten worden verricht in het land waar de activiteiten feitelijk plaatsvinden.


Deze diensten zullen overigens vanaf 01/01/2011 ook onder de nieuwe hoofdregel vallen, met uitzondering van het verlenen van toegang tot deze evenementen; de opbrengsten uit hoofde van kaartverkoop blijven derhalve te allen tijde belast in het land waar het evenement plaatsvindt

.

Verhuur van vervoermiddelen

De plaats van kortdurende verhuur van een vervoermiddel is onder de nieuwe regeling de plaats waar het vervoermiddel daadwerkelijk ter beschikking van de afnemer wordt gesteld. Onder kortdurende verhuur wordt verstaan: het ononderbroken bezit of gebruik van het vervoermiddel gedurende een periode van maximaal 30 dagen, waarbij voor schepen een termijn van maximaal 90 dagen geldt.

Als er geen sprake is van kortdurende verhuur, dan geldt de nieuwe hoofdregel. Met andere woorden, als een Belgische ondernemer een auto huurt in Duitsland voor een periode van 3 maanden dan is de dienst belast in België en wordt de heffing verlegd naar de Belgische ondernemer.

Restaurant- en cateringdiensten

Restaurant- en cateringdiensten zijn belast in het land waar die diensten daadwerkelijk worden verricht. Dus, een Belgische BTW-ondernemer, die in Rome in een restaurant gaat eten, krijgt Italiaanse BTW in rekening gebracht.

Op deze uitzondering geldt helaas nog een uitzondering: worden restaurant- en cateringdiensten namelijk verricht aan boord van een schip, vliegtuig, bus of trein, dan is de dienst belast in het land van vertrek van het vervoer. Anders gezegd, neemt een BTW-ondernemer (dit geldt overigens ook voor een particulier) de boot van Oostende naar Dover dan is zijn kopje koffie belast met Belgische BTW. Op de terugreis is zijn kopje koffie belast met Engelse BTW!

 

Conclusie

De regels voor het vaststellen van de plaats van dienst worden per 2010 een stuk eenvoudiger, zeker wat betreft diensten tussen BTW-ondernemers onderling. Deze diensten zijn voortaan belast in het land waar de afnemer van de dienst is gevestigd. Enkele uitzonderingen daargelaten.

Naast een vereenvoudiging van de administratieve lasten brengt de nieuwe regelgeving ook een administratieve verplichting met zich mee. Periodiek moet een opgaaf worden gedaan van de diensten, die zijn verricht aan afnemers met een BTW-identificatienummer in een andere lidstaat. Noodzakelijk voor ondernemers, die diensten verrichten in het internationale verkeer, is, dat alle administratieve systemen aan de nieuwe regels worden aangepast.

 

Enkele "to do's" voor uw factureringsverplichtingen:

 

 

 

 

Nieuwe rapportering in btw-aangifte en ICO

Het is van belang (1) of de klant binnen de EU is gevestigd of wel daarbuiten en (2) indien het intracommunaire diensten betreft of deze vrijgesteld worden in de lidstaat van de afnemer.

 

Concreet : in het nieuwe rooster 44 (en 48 voor de negatieve verbeteringen) komen énkel : de uitgaande diensten verricht voor belastingplichtigen gevestigd in een andere lidstaat, waarbij deze afnemer schuldenaar zijn van de btw, onder toepassing van de hoofdregel.  

Het zijn ook enkel deze handelingen die moeten worden opgenomen in de nieuwe ICO met de code “S”.

 

In deze nieuwe ICO moeten dus de IC-diensten worden opgenomen die volgens de nieuwe hoofdregel plaatsvinden in de lidstaat van de afnemer EN er niet vrijgesteld zijn.  Is er een afwijkende plaatsbepalingsregel van toepassing of wordt de dienst vrijgesteld van btw in de lidstaat van de afnemer, dan mag de dienst niet worden opgenomen in de opgave.  Wel moeten op deze opgave eveneens de IC-goederenleveringen worden aangegeven met vermelding van code “L” of “T” (driehoeksverkeer).

 

 

 

top